Deel 5 Maria

De bergen over is zwaar en dat is een ‘understatement,’ Het
is allejesus zwaar. De fiets, de bagage en misschien word ik te oud voor dit
soort gekkigheid. Het is me op mijn racefiets in de Alpen nooit overkomen, maar
nu loop ik stukjes. Er zijn stukken, zo steil, dat mijn hart zo te keer gaat dat
het voelt alsof het uit mijn borstkast zal barsten. Lopen! Ik die vijf jaar
terug boven op de Mont Ventoux een kwartier zat te wachten tot mijn vrienden
boven waren. Tijdens een stop zie ik een appje van Julia. “Engeland nu wel
gezien. Gaat het goed met je? Ik mis je wel!”.

Ik antwoord met, “alles prima hier.”

Later die dag heb ik daar spijt van. Onmiddellijk antwoorden
terwijl ik vermoeid zat uit te hijgen, was stom geweest. Ik denk er over om nog
een app te sturen, dat ik haar mis. Over de Julia van vroeger nadenkend voelt
het zeker zo. Ik stuur geen bericht. Het is tenslotte door de vermoeidheid
ingegeven sentiment. Te veel testosteron verstookt berg op?

Er is later die dag nog wel een lichtpuntje. Plassend langs
de rand van de weg op een vlak stukje in de …tigste haarspeld kijk ik naar
mijn zakie. Misschien omdat de zon er op schijnt, of gewoon geluk. Ik zie
tussen mijn donkerblonde sluike schaamhaar een dikke zwarte kroeshaar zitten.
Voorzichtig vis ik de zwarte haar er uit. Die moet van Louise zijn. Ik ruik er
aan, helaas… Als een kostbare schat, of om in de sfeer van de reis te blijven
een relikwie, berg ik het souvenir voorzichtig in mijn portemonnee.

De Pyreneeën over kost me twee dagen en hoewel minder
steil, houdt daarna het klimmen en dalen
niet op. Dat is overigens niet mijn enige probleem. Het is begonnen met jeuk,
jeuk in mijn kruis en mijn reet. ‘s Avonds, in mijn tentje, merk ik dat ik
steeds vaker moet krabben. Overigens, ik hou er van om af en toe heerlijk aan
mijn zak te krabben, echter deze jeuk is anders en krabben helpt niet. De
volgende dag fietst het lastig met zo af en toe een hand in mijn broek. Dit is
niet normaal. Ik stop bij een bosje en ga van de fiets af. Broek omlaag en
inspectie. Ik ontdek kleine rode vlekjes tussen de schaamharen en kleine zwart
bruine puntjes op de haren. Platjes?. Ik wil het googelen, verdomme geen
bereik.

Een uur later, uitpuffend na een beklimming heb ik
verbinding. Ja, het moeten platjes zijn. Ik lees het artikel op Wikipedia, hoe
lang die beesten er over doen om zich te vermenigvuldigen en over bruine
hoopjes in je haar. Ongeveer tien dagen, Dat sluit Louise uit. Mandy was
geschoren, het is dus een souvenir van Claire. Heb ik ook nog een souvenir van
Mandy tegoed? Ik maak me zorgen.

Een half uur later in de afdaling naar beneden suizend,
blijven de zorgen over soa ’s door mijn hoofd spoken. Je kunt beter op de weg
letten, vertel ik me zelf. Om de nare gedachten te verdrijven, besluit ik te
gaan zingen. Het lied over Claire maar weer.

“Claire

Op je kut een grote bos

Nu ben ik de klos

Je schaamhaar vol vee

Je gaf ze me mee.”

Nog op een uur of drie fietsen van Pamplona. Dit keer geen
grote steden mijden, maar in Pamplona op zoek naar middelen. Een
apotheek-achtige zaak is snel gevonden en het Engelse woord voor platjes komt
na even nadenken boven drijven.

“Crabs,” zeg ik tegen een verkoopster. Ze kijkt me
schaapachtig aan.

“Crabs,” zeg ik opnieuw, tussen mijn duim en wijsvinger iets
heel kleins aangevend en op mijn kruis wijzend. Ze keek me aan of ik gestoord
ben en schudt haar hoofd. Ik wijs nogmaals op mijn krijs en maak met mijn
handen klauwtjes, tevergeefs. Wel kijkt ze me nu angstig aan en ze doet een
stapje achteruit.

De cheffin komt erbij en ik herhaal mijn pantomime. Er komt
een brede, begrijpende grijns op het gezicht van de cheffin en even later staan
de twee in het Spaans te ratelen en pakt de verkoopster een flacon met een
crème. Bij het afrekenen zie ik dat het kreng naar mijn in koersbroek gestoken
onderlijf staart en moeite heeft om niet te lachen.

Ik vind een goedkoop hotelletje en smeer mijn schaamhaar, de
haren op mijn kont, mijn bovenbenen en mijn buik rijkelijk in. Nogmaals
googelend op platjes lees ik dat scheren aanbevolen wordt. Tering, hoe verklaar
ik een kaal kruis als ik thuis kom? Irritatie bij het fietsen in de warmte en
daarom afgeschoren, lijkt me de meest aanvaardbare smoes. Mijn schaamhaar er
af, daar kan ik goed bij, maar mijn behaarde kont en mijn kloten? Ik heb
weliswaar scheerzeep en mesjes bij me, maar dit vraagt om meer en grover
geschut.

De stad in op zoek naar een winkel. Ik loop rond in een tippelwijk.
Dat brengt me op een idee. Ik koop extra mesjes, een schaartje en huishoudhandschoenen
en ga op zoek.

Zelf kan ik er niet goed bij en ik heb geen zin om me in
mijn kont of mijn kloten te snijden en zeker niet met de kilometers die nog op
het fietszadel doorgebracht moeten worden. Waar en hoe vind je iemand om je gat
te scheren? Met een beeld voor ogen, waarin ik met mijn broek omlaag
voorovergebogen in een drukke kapperszaak sta, loop ik glimlachend over straat.
Op zoek naar een hoer. Het blijkt met hoeren net als met benzinepompen, als je
ze niet nodig heb dan struikel je er over en andersom…

Ruim een uur en twee mislukte pogingen later, vind ik er een
die, en voldoende Engels spreekt om me te begrijpen en die tegen betaling van
twee uur van haar tijd, mee wil naar het hotel. De jongedame in kwestie, “je
mag me Maria noemen,” is een opgewekt type. Ze heeft duidelijk schik in haar
opdracht. Vrolijk pratend loopt ze met me naar het hotel. Met haar mond dicht,
ziet ze er aardig uit. Haar borsten lijken echter te groot voor haar magere
lichaam. Siliconen? In dat geval had ze het geld beter aan de tandarts kunnen
besteden. Haar gebit ziet er niet uit en ze heeft een bijzonder onfrisse adem.

Wat ik al vreesde gebeurt, Maria wordt herkend als vakvrouw.
Ik zie de receptionist naar ons kijken en voel dat ik ga blozen. Gelukkig, hij
knipoogt.

Naakt sta ik in de douchebak en Maria voorzien van de
huishoudhandschoenen gaat gezeten op een krukje aan de slag. Eerst met de
schaar en dan smeert ze flinke klodders scheerschuim over mijn onderlichaam. Al
scherend neuriet ze een liedje. Ze had altijd al kapster willen worden, vertelt
ze. “Maar het betaalt zo slecht.”

Ik wil het niet, maar ondanks mijn angst voor de schaar en
het scheermes is mijn pik toch gegroeid.
Bij het knippen bleef hij nog keurig in zijn schulp gekropen, maar hij
blijkt niet bestand tegen de wijze waarop ze hem vasthoudt om mijn scrotum te
scheren Ze maakte er lachend in het Spaans een opmerking over die ze niet wil
vertalen. Het ging over een “burro,” een ezel, dat begreep ik nog wel.

Ze wrijft met een handdoek de resten scheerschuim weg en in
de spiegel kijk ik naar het resultaat. Wat een stom gezicht, zo’n kale buik en
dan nog met een stijve ook.

“Je hebt nog tijd over,” zegt ze.

Tegen bijbetaling wil ze me met een “handjob” van mijn
stijve afhelpen of me met een condoom pijpen. Ik bedank. In gedachten zie ik
haar, met nog steeds de huishoudhandschoenen, aan mijn pik sjorren. Laten
pijpen is verleidelijk, maar dat gebit!

Daar komt bij dat het platjes gedoe, met een dure hotel
overnachting en Maria ’s honorarium, me al genoeg geld gekost heeft. Na het
vertrek van Maria ruk ik me af, met Louise voor ogen. Ik hoop dat ik die lieve
Louise niet besmet heb.

Die avond belt Julia. Ze is weer thuis en ze vindt het
zonder mij stil in huis. “Hoe lang wil je nog wegblijven?”

Ik vertel dat ik nog ongeveer een week nodig heb. Er valt
een ongemakkelijke stilte. Net als ik wil zeggen dat ik naar huis begin te
verlangen, zegt ze met teleurstelling in haar stem dat ze gerekend had op drie
weken.

“Kan je niet wat harder fietsen of een stukje afsnijden?”

Die avond in bed denk ik aan Julia. Hoorde ik een opening,
terug naar de oude intimiteit of is de wens de vader van de gedachte? Zal ik
vaker bellen en appen? Piekerend val ik in slaap.

Eindelijk Santiago in zicht. Nog een paar kilometer. Ik
schakel terug, de laatste kilometers mogen lang duren. Niet zo als vroeger
tijdens trainingsritjes met een sprintje naar ieder plaatsnaambord.

De laatste ruim 700 kilometer vergden zes dagen stevig
doortrappen. De schaamluis is afdoende bestreden. Echter met het afscheren van
mijn schaamhaar is mijn eerdere ‘geluk’ op de schedevaart met bereidwillige
dames voorbij. Ik ben een soort van Samson geworden, zoals in het
Bijbelverhaal. ‘s Avonds bij het douchen kijk ik steeds hoopvol omlaag.
Gelukkig zijn er weer stoppeltjes zichtbaar.

Tinus
Boot

Graag jouw
waardering als reactie onder dit verhaal of rechtstreekse mail.