HET WAK

“Kald docht?” Vroeg ze aan Bob, die druipend op het ijs
stond. Hij verstond geen Fries, maar begreep wat ze bedoelde.

Het was vrijdag 2 maart en het had de hele week hard
gevroren. Helaas had de straffe Oostenwind de ijsvorming afgeremd.
Woensdagmiddag had hij al even op natuurijs gereden. Donderdag overdag was het
met min 5 en windkracht 6 gewoon te koud. Hij had er geen spijt van dat hij
moest werken. Vrijdag met iets minder wind en een extra nacht strenge vorst
moest het gebeuren. Hij nam vrij, reed naar Friesland en lapte alles wat hij
anderen altijd adviseerde aan zijn laars. Ga nooit alleen; rij waar al
schaatssporen op het ijs staan en neem prikkers mee voor het geval je uit een
wak moet klimmen. Voor alle drie de ‘zonden’ had hij excuses, zoals zijn maten
die geen vrij konden nemen en dat het zo lekker ging met de wind in de rug. Die
excuses hielpen hem niet toen hij in een wak reed en er niet uit kon komen. De
vaart was niet diep, nog geen anderhalve meter. Echter de paar decimeter zachte
blubber waar hij in wegzonk, maakte dat
hij niet kon afzetten. Het dunne ijs rond het wak brak onder zijn steun
zoekende handen en ellebogen af. Vertwijfeld begon hij zich af te vragen of het
zo en hier zou eindigen.

“Hjir, ophelje,” klonk het en er verscheen een stok voor
hem. Gretig pakte hij de stok vast. Het andere eind van wat een lange stok
bleek, werd vastgehouden door een dik aangeklede vrouw met een oranje Unox
muts. Ze zette zich schrap en trok. De eerste poging mislukte. Bob probeerde
nog eens wanhopig tegen de zachte bodem af te zetten. Ze trok en over
afbrokkelend ijs gleed Bob uit het wak.

Op steviger ijs gekomen krabbelde hij moeizaam overeind. De
vrouw keek toe en begon hem in het Fries uit te foeteren. Hij verstond het
niet, maar de toon maakte hem duidelijk dat ze kwaad was. Hij gaf geen antwoord,
hij kon het ook niet. Hij was gaan rillen en hoe hij ook probeerde hij kon het
klappertanden niet bedwingen. Ze had de stok op de kant gegooid en haar armen
over elkaar geslagen. Triomfantelijk grijnzend keek ze naar hem.

“Kald, docht?” Vroeg ze spottend. Hij reageerde niet. Ze
aarzelde even en toen zei ze.

“Binne jo komme”. Hij begreep de bedoeling “komme” zou wel
komen betekenen. Ze draaide zich om en klom de wal op. Hij wilde achter haar
aan. Met zijn schaatsen aan en zijn verstijfde ledematen lukte dat maar deels.
Gelukkig had ze zich omgedraaid en hem een hand toegestoken. Boven liet ze hem
los en ze stak zonder om te kijken de weg over. Hij wilde achter haar aan en
bedacht zich op het laatste moment. Zijn dure ijzers! Zijn schaatsbeschermers
waren in het wak achter gebleven. Hij bukte zich om zijn schaatsen uit te
trekken. Zijn handschoenen uittrekken ging moeizaam. Het ritsje van zijn
schoenhoes en de veters bleken een onmogelijke opgave. De vrouw had zich
omgedraaid en ze snauwde, “stomme haelwiis”.

Ze kwam terug en hielp hem om zijn schaatsen uit te trekken.
De schaatsen nam ze van hem over. Op blote voeten hobbelde hij achter haar aan.
Over de weg en een tuinpad met grind, naar een kleine oude woning. Ze opende de
deur van wat een soort van bijkeukentje bleek te zijn en ratelde nog wat in het
Fries. Toen hij niet reageerde daagde het bij haar dat hij geen Fries sprak. Ze
ging in het Nederlands verder door op dwingende toon, “hier uitkleden” te
zeggen. Hij deed zijn best. Zijn jack lukte met moeite. Het kleine lipje van de
rits van zijn schaatspak vergde hulp van haar vingers. Met af en toe wat
ondersteuning stond hij twee minuten later bloot te rillen op de tegelvloer.
Hij was te ver heen om zich het bloot zijn en het rillen aan te trekken. Het raakte
hem op dat moment zelfs niet dat ze onbedaarlijk begon te lachen. Ze had naar
zijn kruis gekeken en ontdekt dat wat daar normaal hoort te bengelen of te
staan… ontbrak. Zijn zaakje had zich grotendeels teruggetrokken in de
veiligheid van zijn buik.

“Gaatjesweer,” wilde hij zeggen, naar een oud grapje over
wat kou met je pik doet. Met een van kou vertrokken mond en klappertandend
lukte het hem niet om verstaanbaar te articuleren. Ze keek hem met een niet
begrijpende blik aan, waarschijnlijk dacht ze dat hij raaskalde. Ze dirigeerde
hem door een keuken naar een gang en een trap op naar een badkamertje boven.

Een badkamer zoals hij zich herinnerde van zijn grootouders.
Een wastafel en een granito douchebak. Boven de wastafel een elektrische
kachel, die ze voor hem aandeed. Ze draaide de kranen open en hij hoorde een
geiser aan de muur aanslaan. Ze regelde de temperatuur en zei, “schiet op, niet
te lang douchen. Mijn gas is bijna op”.

Onder de warme straal kwam hij langzaam weer tot leven en
dat was pijnlijk voelbaar. Stomme klootzak, noemde hij zichzelf, toen de
pijnlijke tinteling in zijn vingers, tenen, oren en pik begon. Hij had wel
eeuwig onder de douche willen blijven. Helaas kwam ze al na een minuut of vijf
met een handdoek de badkamer in. Ze keek naar hem en het viel hem op dat ze
aandachtig naar zijn kruis keek.

“Je ziet er weer levendiger uit,” zei ze. “Genoeg gedoucht.
Droog je maar af, dan breng ik je zo nog een badjas”.

De badjas bleek bij het aantrekken voorzien van het logo van
een bekende hotelketen. Nog maar gedeeltelijk opgewarmd, ging hij terug de trap
af naar de keuken. Hij rook soep. Zijn gastvrouw bleek ook wat ontdooit. Ze
draaide zich om van het fornuis, waar ze in een pan met soep roerde.

“Zo Bob, voel je je beter?”

He, dacht hij, hoe kent ze mijn naam? Langs haar heen
kijkend zag hij op het aanrecht zijn portemonnee liggen. De kleine portemonnee,
die hij bij het sporten aan een koordje om zijn nek droeg. De inhoud lag er
naast, keurig uitgespreid om te drogen, zijn bankpasje, zijn rijbewijs en wat
klein geld. Daarnaast lag zijn deels gedemonteerde telefoon te drogen. Ze had
de batterij en de simkaart er uit gehaald. Praktische vrouw, dacht hij. Ze gaf
hem een hand.

“Baukje Dijkstra. Ik heb maar een blik soep opgewarmd. Iets
warms zal er wel in gaan”.

Ze schepte een diep bord vol met soep. “Geniet er van. Ik
ben even weg. Je kleren stonken naar modder. Ik heb ze uitgespoeld en ik breng
ze naar een vriendin in het dorp. Ze heeft een droger en dat gaat sneller dan
hier bij de kachel drogen”. Ze wees naar een snorrende houtkachel in een hoek
van de keuken. Ze liet hem alleen en even later zag hij haar door het raam op
de fiets vertrekken. De ijsmuts over haar oren getrokken en een boodschappentas
met zijn wasgoed op de bagagedrager van haar opoefiets. Hij schoof een stoel
naar de kachel en ging met zijn bord op schoot van de warme soep genieten.

Bijna op de kachel zittend genoot hij van de hete gloed en
het warme voedsel. Hij voelde dat zijn lichaam weer op temperatuur kwam. Hij
doezelde wat weg, tot hij wakker schrok doordat hij bijna van de stoel viel.
Oeps, wakker blijven vermaande hij zich zelf. Hij dacht na over zijn
stommigheid, de redding en de reddende engel. Hij corrigeerde zich in
gedachten. Een engel was het niet. Het beeld dat hij van engelen had, was van
tere frêle wezentjes. Zijn redster…, hij moest even nadenken, Baukje had ze
gezegd, was geen teer wezentje. Meer een dijk van een vrouw. Ze was groter dan
hij, met brede heupen, stevige billen en een forse boezem. Heel veel vrouw! Dacht
hij. Rossig lang krullend haar en een open vriendelijk gezicht. Nou ja
vriendelijk? Ze deed in het begin wel chagrijnig, alsof ze spijt had van zijn
redding. Ze was met een minuut of tien terug.

“Gelukt zei ze, je kleren zitten in de droger. Wil je een
boterham? Het pakje met boterhammen dat in de kontzak van je jack zat was nat,
ik heb het brood buiten voor de vogels gestrooid. Ze smeerde boterhammen en ze
zette thee.

Bob bekeek haar terwijl ze in de weer was. Groot, fors,
gekleed in een dikke ruimvallende Noorse trui en een om haar billen en dijen
spannende spijkerbroek. Geen knappe vrouw, wel een vrouw met uitstraling. Een
vrouw voor een man die van borsten en billen houdt, was zijn conclusie. Een
vrouw om kinderen te baren, een Friese oermoeder, fantaseerde hij. Aan de
keukentafel aten ze hun boterhammen. Ze opende het gesprek door hem te
vertellen dat hij een enorme klootzak was.

“Alleen gaan schaatsen op zulk onbetrouwbaar ijs. Je lijkt
wel gek”.

Bob kon dat alleen maar beamen. Dat brak het ijs tussen hen
en er ontstond een geanimeerd gesprek. Ze vertelde dat ze zelfstandig
vertaalster was en dat de opdrachten de laatste tijd wat schaars waren. Het
laten vullen van mijn gastank heb ik maar even uitgesteld en gelukkig voorziet
een buurman me van brandhout”.

Ze vertelde over haar werk als vertaalster en dat ze
drietalig was opgevoed. Fries, Nederlands en Zweeds. Haar moeder was een
Zweedse. Oh, dacht Bob, een beetje teleurgesteld, toch geen volbloed Friese
oermoeder.

“Trouwens,” zei ze, “ Ik heb eerst nog een tijdje culturele
antropologie gestudeerd en daar moest ik net aan terugdenken”. Bob keek haar
niet begrijpend aan.

“Tussen een geredde en de redder ontstaat een band. Bij oude
volkeren, die in een veel gevaarlijker wereld dan nu leefden, was die band
sterk. Er zijn ook mythes rond zo’n band. Mythes, zoals dat de geredde een
stukje van zijn ziel afstond aan de redder. Een stukje dat hij pas terug kon
krijgen door een weder daad. Bob keek haar aan en dacht na. Zou hij in de
badjas, buiten in de kou moeten houthakken? Ze zag hem denken en ze lachte naar
hem.

“Er is nog een andere mythe. Sjamanen leerden het volk dat
een redder verantwoordelijk werd voor het welzijn van de geredde. Sta eens op,
dan ga ik me overtuigen van je welzijn”.

Tegenover elkaar staand pakte ze zijn handen vast. Ze kneep
een voor een zachtjes in zijn vingers.

“Als je door kou in gevaar komt dan gaat je lichaam eerst je
organen beschermen. Je bloed wordt uit je ledematen getrokken en naar het
centrum van je lichaam gestuurd. Je vingers hebben er niet onder geleden”.

Dat klopt dacht Bob en aan zijn pikkie denkend, er wordt nog
meer ingetrokken. Ze pakte eerst zijn oren en toen zijn neus vast.

“Deze uitstekende delen zijn ook in orde”.

Het begon bij Bob te dagen waar dit onderzoek naar zou
kunnen leiden en er ontwaakte een lichaamsdeel.

“Til je voeten eens op”. Ze inspecteerde zijn tenen en
keurde ze goed. Met een ernstig gezicht keek ze hem aan.

“Tot zover lijkt alles in orde. Dat had ik ook wel verwacht.
Er is een lichaamsdeel dat me ernstig zorgen baarde, toen ik je hielp uitkleden”.
Ze keek omlaag en deed net of ze bolling in zijn badjas niet zag.

“Ik dacht nog, dat komt nooit meer goed. Doe je badjas eens
open”.

Bob knoopte de ceintuur los. Als een potloodventer, dacht
hij. Tot zijn teleurstelling pakte ze hem niet vast. Ze keek er naar en liet
zich op haar hurken zakken om zijn apparaat van dichtbij te inspecteren.

“Net Lazarus,” zei ze, “uit de dood weer opgewekt. Zo op het
eerste gezicht lijkt het in orde. Maar dat weet je nooit, als het niet getest
is”. Ze kwam overeind. Verdomme mens, pak hem vast, dacht Bob. Haar aandacht
ging van zijn pik naar de klok aan de muur. Ze aarzelde even en toen zei ze op
commanderende toon:

“Neem hem eens in je hand. Ja, goed zo en nu bewegen”.

Verdomme, dacht Bob, wil ze dat ik me voor haar aftrek?
Nieuwsgierig naar waar het op uit zou draaien, begon hij zijn hand te bewegen.
Belangstellend en met haar mond een beetje open keek ze toe. Ze liet hem
stoppen toen ze een druppel zag ontsnappen. Ze veegde de druppel af en rook er
aan.

“Hoopvol,” zei ze. “Het ding lijkt nog in orde. Ga maar door”.

Bob was al te ver heen om te stoppen. Krijg de hik maar,
dacht hij. Als jij er van geniet om te kijken hoe een man zich bevredigd, dan
kan je het krijgen. Het kwam, alsof er geen ijskoude onderdompeling was
geweest, spoot zijn kwakkie er uit. Deels wist hij het op te vangen en deels
druppelde het op de linoleum vloerbedekking. Ze legde een vinger op een klodder
op zijn hand en probeerde een sperma draad te trekken.

“Het plakt goed, het zit vol met spermatozoïden. Je hebt
daar geen schade opgelopen”.

Gelul, dacht Bob, die zich weer op de operatietafel zag
liggen voor het doorknippen van zijn zaadleiders. Ze liep naar het aanrecht om
een rol keukenpapier te pakken, die ze hem toewierp met de woorden, “zelf
opruimen”.

Het viel Bob op dat ze weer op de klok keek voordat ze hem
met een ernstige blik aankeek en “wij sillen ficken,” zei. Daar hoefde hij niet
over na te denken. Het werkwoord “ficken” begreep hij. Hij knikte en
volgde haar met nog steeds openhangende badjas de trap op naar haar slaapkamer.
Het bleek een verrassend ruime kamer. Twee samengevoegde kleinere kamers
concludeerde Bob. Ze bekommerde zich niet om de gordijnen en liet hem op het
bed zitten. Ze zette een elektrische radiator aan en voor hem staande begon ze
zich uit te kleden. Ze trok de dikke trui uit en gooide die op een stoel. In
haar T-shirt staken haar grote bolle borsten meer af. Bob registreerde dat en
zijn pik reageerde door weer te ontwaken. Het T-shirt ging over haar hoofd en
een gewone degelijke groot formaat bh werd onthuld. Bob zag dat ze voor een
forse vrouw een strakke middel had, fors maar zeker niet dik. Ze ving zijn blik
en bleef hem aankijken terwijl ze haar spijkerbroek losmaakte en uittrok. Geen
sexy lingerie, gewoon een degelijke lichtblauwe boxershort. Het maakte Bob niet
uit. Zijn erectie priemde trots schuin omhoog. Ze haakte haar bh los en
onthulde een paar grote peervormige borsten. Dat ze wat hingen deerde Bob niet.
Bob genoot en wilde overeind komen om ze vast te pakken.

“Zitten blijven,” zei ze en ze bewoog haar bovenlichaam om
haar borsten heen en weer te laten zwaaien. Het kostte hem moeite om te blijven
zitten. Als gebiologeerd keek hij toe hoe ze haar vingers in de rand van de
boxer stak en de broek tergend langzaam omlaag schoof. Een couplet uit een
liedje van vetklep Henk Westbroek schoot hem te binnen.

“Als jij je kleren aantrekt… zonder haast

en haast zonder erbij na te denken

kijk ik naar een omgekeerde striptease

van een volmaakte schoonheid

elke handbeweging: een gedicht

elke buiging als een roos die sluit”.

Alleen was dit niet omgekeerd en veel spannender.

Hij vergat het lied toen een weelderige bos rossig haar
zichtbaar werd. Ze zette een paar passen naar voren om vlak voor zijn neus haar
broek verder uit te trekken. Hij rook haar vrouwelijkheid en zijn pik was zo
stijf geworden dat het pijn deed. Ze stapte weer achteruit. Hij kwam overeind
om de badjas uit te trekken. De badjas op de stoel werpend hoorde hij een auto
op de weg voor het huis stoppen. De auto draaide en knerpte het grindpad op.
Een autoportier opende en sloeg dicht. Verdomme, dacht hij. Tot zijn verassing
zag hij haar glimlachen. Hij hoorde geluiden van beneden en toen klonk er een
vrouwenstem.

“Bauk, hier is de wasvrouw met droge kleren”.

“We zijn boven, kom maar,”

Hee? dacht Bob. Hij hoorde de bezoekster de trap op komen en
roepen.

“Ik ben toch niet te laat? Ik moest eerst een oppas regelen”.

Een kleine donkere vrouw kwam de kamer in met een grote
boodschappentas.

“Mijn vriendin Annejet,” zei Baukje.

“Ze komt kijken. We zijn jeugdvriendinnen. Het is een oude
afspraak van ons dat we elkaar vertellen over onze seks en soms elkaar laten
meekijken. Al vroeger deden we dat met vriendjes. Soms stiekem en soms gewoon
openlijk. We vinden dat heel stimulerend.

Annejet trok haar jas uit en haalde Baukjes kleren van de
stoel om te gaan zitten.

“Zo luitjes, ga maar verder waar jullie gebleven waren”.

Bob aarzelde en zijn pik aarzelde mee, die had wat van zijn
fierheid verloren.

“Fraai exemplaar, heb je daar uit het water gevist Bauk. Hij
lijkt alleen wat te verslappen”.

“Let op,” zei Baukje zijn pik vastpakkend.

Het werkte en Bob realiseerde zich dat de hele situatie met
de toekijkende Annejet hem niet deerde. Het tegendeel, hij vond het geweldig.
Zou ze mee gaan doen? Vroeg hij zich af?

Baukje liet zijn pik los. “Weet je nog wat ik je vertelde
over het stukje van je ziel dat je terug moet verdienen? Lik me maar eens
lekker”. Ze ging dwars op het bed liggen met haar benen over de rand en
spreidde haar benen. Bob ging op zijn knieën tussen haar benen zitten. Rustig
bekeek hij eerst het doelwit voor hij begon te likken. De kroezige bos rossig
haar, de geopende schaamlippen en de roze binnenkant van haar geopende
spleetje. Hij duwde zijn wijsvinger in haar vochtige spleet, op zoek naar haar
kittelaar. Pas nadat hij die gestreeld had drukte hij zijn lippen op haar poes.
Rustig begon hij door haar spleetje te likken, waarbij hij haar kittelaar
negeerde. Een ongeduldig sturende hand op zijn achterhoofd maakte dat hij
verder ging en met zijn tong haar kittelaar opzocht.

“Ja, goed zo,” hoorde hij. “Zo doorgaan”.

Er zijn slechtere manieren om een stukje van je ziel terug
te krijgen, dacht Bob, al likkend. Baukje kreunde van genot en hij voelde haar
bekken onder zijn mond bewegen. Ze gilde zachtjes en Bob proefde een
ontsnappend golfje vocht toen ze klaar kwam.

“Kussen” zei ze, haar lichaam verplaatsend naar languit op
het bed. Bob ging op haar liggen en kuste haar lang en intens. Ze verbrak de
kus en zei.

“Hm…, dat was lekker”.

Bob die de aanwezigheid van Annejet vergeten was, hoorde een
geluid en keek opzij naar de stoel. Annejet, had haar broek los gemaakt en zat
zich met haar hand in haar slipje te vingeren. Ze grijnsde naar hem. Tering wat
geil, dacht Bob, nu ik. Hij ging verleggen en Baukje kwam hem tegemoet door
zijn pik vast te pakken en in de goede richting te buigen. Het was meer dan
naar binnen glijden, het was of hij door haar omhoog stotende bekken naar
binnen gezogen werd. Ze begonnen samen te bewegen. Dank zij het eerdere rukken
in de keuken kon hij het goed volhouden. Hij stootte en Baukje ving hem op.
Zachtjes jammerend werkte ze zich naar een nieuw orgasme. Voordat ze goed bij
kon komen greep Bob zijn kans. Hij wilde klaarkomen met haar grote tieten in
zijn handen. Hij werkte haar op haar knieën en keek naar haar achterste met de
nat glanzende geopende pruim. Verdorie, wat een geil gezicht dacht hij, voordat
hij zijn pik er weer in stak.

Met zijn handen op haar heen en weer zwaaiende borsten
neukte hij haar. Het eerdere zachte jammeren ging over in zachtjes krijsen. Na
een laatste harde diepe stoot hield hij zijn pik diep in haar en spoot. Hij
voelde hoe de samentrekkende bewegingen van haar kut zijn pik leegmelkte. Hij
kreunde van genot en kneep hard in haar borsten. Baukje liet zich met zijn pik
nog diep in haar voorover op bed zakken en hij veerde, nog steeds haar borsten
vasthoudend, mee omlaag. Terugkerend op aarde liet hij haar los en tilde hij
zijn gewicht van haar rug. Opzij kijkend zag hij dat Annejet tijdens het
eindspel op haar knieën naast het bed was komen zitten. Ze knipoogde en
overeind komend zei ze.

“De wasvrouw heeft straks weer een slipje te wassen”.

Ze dronken koffie, voordat Annejet Bob een lift naar zijn
auto zou geven. De dames vroegen hem uit over zijn leven en wat hij voor de
kost deed. Bob zag, tussen het vertellen door, een kans om zijn
nieuwsgierigheid te bevredigen.

“Jullie vriendschap… eh… , zijn jullie ook”. Ze begonnen
te lachen.

“Wil je weten of we het ook samen doen?” Vroeg Baukje.
Zonder een antwoord af te wachten ging ze door. “We hebben het een keer
geprobeerd. Toen we nog tieners waren. Het werkte niet, we moesten ontzettend
giechelen”.

“En samen met een man?”

Annejet reageerde daar fel op. “Uiteraard hebben we daar
over nagedacht. We hebben afgesproken dat niet te doen. Het zou te veel gedoe
geven en dit is minstens zo spannend”.

“Ja,” zei Baukje, “het is heel inspirerend om af en toe
toeschouwer te zijn, of niet Anne?”

“Vandaag, vond ik wat saai,” zei Annejet met een ernstig
gezicht. “Alleen maar de gebruikelijke standjes “

Onhandig bij het afscheid nemen vroeg Bob zich af of hij
Baukje moest kussen of een hand moest geven. Hij stak zijn hand uit en bedankte
haar voor zijn redding. Ze negeerde zijn hand en zei.

“Jij en ik zijn nog niet klaar! Ik voel dat er nog een
stukje van je ziel in me zit. Kom volgende week vrijdag maar terug”.

Tinus
Boot

Graag jouw waardering als reactie onder dit verhaal?