HITSIGE KADE

Hoe ik er in stonk.

“Je laat je gebruiken”, zei mijn vrouw Truut. Daar had ze
gelijk in. Echter mijn uitleg dat ik dat niet erg vond, wilde ze niet
begrijpen. Logisch, want ik kon haar niet het hele verhaal vertellen.

Het begon op een avond begin oktober. Ik had net een afspraak
gemaakt om onze boot de volgende week uit het water te laten hijsen. Veilig op
het droge voor de winter. Patrick belde. Patrick is een vage kennis van de
jachthaven. Hij handelt in tweedehands boten. Zo af en toe maken we een praatje
en soms drink ik een biertje met hem. Patrick is een kei in praatje pot, met
twee hoofdonderwerpen, boten en vrouwen. Of ik hem wilde helpen.

“Ik zit in nood man. Ik heb direct aan jou gedacht en de
havenmeester om je nummer gevraagd.”

“Oh”, dacht ik.

Hij bracht het leuk, “jij bent een man die ik met boten
vertrouw.”

“Voor jou leuk, samen met het vrouwtje een reisje in het
najaar.” Nou nee, dacht ik, daar trapt Truut niet in.

“Ik betaal je voor je tijd, hoor,” en hij noemde een bedrag,
dat ik maar niet aan Truut vertelde. Dan had ze me helemaal uitgelachen. Hij
was zoals hij het noemde, ‘door zijn rug gegaan en kon niet meer op of neer.
Zelfs niet voor weetje wel, laat staan om te varen.’

Hij had een boot gekocht in Nieuwpoort in België en hij had
er ook al een potentiele koper voor.

“Een ouwe Nicholson 38, een boot die jij heel mooi vind.
Daar wil je graag mee varen.”

Daar had hij gelijk in.

“Leuk tochie voor je.”

Herfstvakantie tijd. Rustig op het werk en de lange termijn
weersvoorspelling was gunstig. Daar kwam bij dat ik met een probleem worstelde,
waar ik rustig over na wilde denken. Ik zei, “ja, mits het een betrouwbaar
schip is en ik geen gereedschapskist hoef mee te sjouwen.”

“Puntgave boot en ik heb een keuringsrapport.”

“Ja,” spotte ik, “zeker van een oud omaatje geweest, die er
alleen op zondag mee naar de kerk voer.”

Patrick, die ooit in de autohandel had gezeten, kon er niet
om lachen. “Vertrouw me maar, die boot is in perfecte staat.”

Ik trapte erin. Na nog drie dagen werken vertrok ik naar
Nieuwpoort. Zes uur reizen met het openbaar vervoer. Met mijn laptop werkte ik
zo goed en kwaad als het ging in de trein. Patrick had geregeld dat de oude
eigenaar me oppikte en naar de haven bracht. Het bleek een prettige oude baas,
die met pijn in zijn hart afscheid van zijn boot nam. De boot was, vertelde
hij, vernoemd naar zijn vrouw Christine. Zijn Christien was een jaar terug
overleden en nu had hij geen ‘goesting’ meer om te varen.

“Zij heeft hem gedoopt, mijnheer, nu ruim veertig jaar
geleden. Met echte champagne.” Hij hoopte dat de nieuwe eigenaren de naam
zouden handhaven.

“Denkt u dat ze dat zullen doen?”

Hij had de boot altijd goed onderhouden vertelde hij.
Uiterlijk klopte dat. Voor een boot uit 1969 zag het er allemaal geweldig uit,
tot ik de motorruimte opende. Een antieke Faryman diesel en nog een bonk roest
ook.

“Prima karretje, mijnheer. Start hem maar.”

Amechtig puffend, lukte dat na heel wat omwentelingen van de
startmotor. Tering, dacht ik, nee toch, slechte compressie. Ik kreeg een
visioen van naderende ellende tijdens de reis. Het kreng rookte ook nogal. Met
opgetrokken wenkbrauwen keek ik de oude
baas aan.

“De monteur heeft gezegd dat het roken niet erg is, dat
hoort bij deze motoren.”

Oh, dacht ik.

“Uw vriend Patrick vond het ook OK.”

De lul, dacht ik.

Ik wilde me niet laten kennen en eerlijk gezegd zag ik er
ook tegen op om weer helemaal met de trein terug te gaan. Er bleek gelukkig een
gereedschapskistje met het hoognodige en wat reserve onderdelen aan boord. Toch
maar mee gaan varen, besloot ik, het is per slot van rekening een zeilboot. Het
weerbericht voor de volgende dag was gunstig, zuid west drie tot vier.

Onderweg

Na een rustige eerste nacht aan boord word ik wakker van het
ingestelde alarm. Zes uur, vroeg op want vanaf half zeven loopt de stroom op
zee mee. Slechts een keer werd mijn nachtrust onderbroken als gevolg van de ‘s avonds
genoten Belgische biertjes. Een snel ontbijt en een half uur later vaar ik met
een rookwolkje achter me aan de monding van de IJzer uit. Tussen de staketsels
van de pieren gaan de zeilen omhoog en de motor, rust en onderweg. Bij het
hijsen van de zeilen komt de tweede tegenvaller, de stuurautomaat werkt niet.
Hardop vervloek ik Patrick. Gelukkig blijkt de boot met het kits tuig prima te
trimmen en kan ik af en toe het roer loslaten.

Het is fris, met een graad of acht, maar verder prima
zeilweer. Dik aangekleed en met een muts over mijn oren geniet ik van het
zeilen. Ik stuur gelijk maar een flink eind uit de kust. Zo fraai is de
Belgische kust niet, met zijn aaneenschakeling van hoogbouw. Plus dat ik straks
met een ruime boog om de ver in zee stekende havendam van Zeebrugge heen wil.
Zonder de zorgen over de motor, een perfecte dag. Overigens is de motor van
later zorg, mijn eerste aandacht verdient de stuurautomaat. Het lukt me, om met
wat gesleutelde stuurautomaat aan de praat te krijgen. Het blijkt een kapotte
zekering, die ik vervang door een stukje koperdraad. Een opluchting om niet
constant te hoeven opletten. Het roer loslaten om snel een boterham klaar te
maken of te pissen is nog te doen, maar poepen doe ik graag op mijn gemak. Uren
later Zeebrugge voorbij zie ik in de verte de kust van Walcheren.

Zeeland ‘s zomers, de lucht van de vers geoogste uien op de
akkers en de zilte lucht boven droogvallende schorren. Denkend aan zilte lucht
denk ik aan… kut. Freudiaans? En zo kom ik toch op het weggestopte probleem.

Jannie onze nieuwe afdelingsassistente. Ik heb haar
aangenomen en haar proeftijd loopt af. Haar inzet is goed en op haar werk valt
niets aan te merken. Ook de klanten zijn enthousiast over haar. Er is maar een
probleem en dat zijn zij en ik samen. Vanaf het begin broeide er iets tussen
ons. Het begon met wat toespelingen van haar kant en ik sukkel ging er op in.
Tegen beter weten in. Ze stelde ook al snel allerlei persoonlijke vragen.
Achteraf stom, maar ik voelde me gevleid met haar aandacht en vertelde haar
veel te veel, onder andere over mijn huwelijk. Als het nu maar bij woorden was
gebleven.

Twee weken terug ben ik in de fout gegaan en hebben we
gezoend en gevoosd. Het was lekker en ik heb spijt. Zo dubbel als maar kan. Dat
zo’n jonge vrouw in me geïnteresseerd is streelde mijn ego behoorlijk. Maar aan
de andere kant voel ik me nu de spreekwoordelijke oude bok met het jonge
blaadje. Vijftien jaar jonger is ze. Gescheiden, en eigenlijk is ze alles wat
Truut niet is of doet. Ze draagt uitdagende kleding; vertelt schuine grappen en
ze heeft een geweldig strak figuur met forse borsten en kleine ronde harde billen.
Toen haar interesse steeds duidelijker werd had ik er al over nagedacht en een
besluit genomen. Levensgevaarlijk en afhouden. Niet verliefd, het is alleen
maar geiligheid was mijn conclusie.

Tot die middag. Het was al na werktijd en bijna alle collega
’s waren naar huis. Ik liep het magazijn in om een monster te pakken dat ik de
volgende dag aan een klant wilde tonen.

“He Bert, loop je me achterna?” Ik schrok, omdat ik niemand
in het magazijn verwachtte.

Lachend kwam ze van achter een stelling te voorschijn. Even
wist ik me geen houding te geven en dat maakte dat ik er een slap antwoord
uitflapte.

“Een vrouw als jij loop ik graag achterna.”

Wat volgde was de vraag, “wat ik zo interessant aan haar
vond,”

Ik, lul die ik ben, begon over haar billen. Nog geen minuut
later stonden we, verscholen tussen twee stellingen, te kussen en kneedde ik
met mijn handen die opgehemelde billen. Kussend proefde ik dat ze rookte, maar
haar dikke tieten tegen mijn borst deden me de rooksmaak vergeten. Ze waren als
magneten die aan mijn handen trokken. Terwijl ze met haar onderbuik tegen mijn
erectie schuurde, liet ik haar billen los, maakte ruimte en pakte haar borsten
vast. Wat een stevige joekels, dacht ik.

“Lekkere tieten, he. Daar heeft mijn ex nog voor betaald”.

Oh shit, dacht ik. Ik kon er niet te lang over nadenken,
want ze had door mijn broek heen mijn pik vast gepakt. We maakten elkaars broek
los met wat gehannes van kruisende armen. Ze bleek een string te dragen en even
dacht ik aan Truut, die zo iets nooit aan zou trekken.

“Het lijkt me zo naar zitten,” zei ze soms als ze vrouwen in
een string zag.

Mijn onderbroek werd omlaag getrokken en ze begon mijn pik
te kneden. Ik beantwoordde dat door de stof van de string opzij te trekken en
met mijn vingers haar poes te verkennen. Een kale kut, dat had ik bij haar wel
verwacht en… een ringetje. Mijn vingers speelden er mee.

“Geil he? Die heb ik direct na mijn scheiding laten zetten.
Mijn ex was er steeds op tegen.”

Voor ik kon reageren ging de deur open.

“Hallo is hier nog iemand? Ik ga afsluiten.” Shit,
dacht ik, de bewaker op zijn sluitronde.

“Ik ben er nog.” Riep ik van achter de stelling, “Bert van
der Zwet van Verkoop. Ik moet even iets opzoeken. Over twee minuten ben ik
klaar en kunt u afsluiten”.

Die avond kreeg ik spijt. Wat moest ik in vredesnaam met zo’n
jong ding? Eigenlijk nog een huppelkut die naar rook ruikt en valse tieten
heeft. Ik had mijn eigen wet overtreden, de wet van Bert. “Nooit
vreemdgaan in het dorp, op het werk of binnen de vereniging. Sukkel!

De dagen daarna, tot mijn vertrek, was ik gelukkig veel
buiten de deur. Als ik op kantoor was zorgde ik er voor dat we nooit samen
waren. Ze keek me af en toe wel vreemd aan. Met haar inzet op het werk verdient
ze een vast contract, daar wil ik niet aan tornen. Maar verdorie, ik wil geen
relatie met haar. Dat moet toch uit te leggen zijn. Ik besluit om eerlijke te
zijn. Zodra ik terug ben met haar in gesprek. Geen seks, wel een baan.

Vanaf Cadzand krijg ik de stroom tegen en de wind neemt af.
Breskens wordt mijn bestemming van vandaag. Dat komt me eigenlijk wel goed uit.
Mijn oorspronkelijke idee was Vlissingen door de sluis en dan verder binnendoor
naar Dordrecht. Echter tussen de Westerschelde en Dordrecht liggen vijf sluizen
plus het Kanaal door Walcheren en dat is heel veel op de onbetrouwbare motor
varen. Het alternatief, om de volgende dag over zee verder te gaan en bij
Stellendam het Haringvliet op te gaan, lijkt me nu aantrekkelijker. Dan heb ik
maar twee hindernissen, de sluis bij Stellendam en de Haringvlietbrug. De
windvoorspelling voor morgen is gunstig voor zo’n tocht, met een Zuidwesten
wind kracht drie tot vier.

Gelukkig start het kreng voor Breskens weer. Met een moeizaam
puffende en rokende motor vaar ik de haven in. Appje naar Truut dat ik met wat
mazzel morgenavond thuis kan zijn. Tegen beter weten in wandel ik ‘s avonds
Breskens in op zoek naar gezelligheid. Die vind ik niet in het café waar ik een
biertje drink. Een vaste kliek dialect pratende stamgasten negeert me volkomen.
Verder zijn er nog twee vrouwen, ze lijken niet direct oud maar zien er wel
versleten uit. De vreemde eend in de bijt houdt het bij een biertje en duikt
vroeg in zijn kooi.

Het is koud bij het vertrek uit Breskens. Het weerbericht
belooft voor wat betreft de temperatuur vandaag weinig goeds. Dik aangekleed
steek ik de Scheldemonding over naar het Oostgat, de vaargeul langs Zoutelande
en Westkapelle. Ik kan het niet laten, ter hoogte van Zoutelande blèr ik het
lied. Niet omdat ik van Blöf hou, meer om warm te worden.

Ter hoogte van Domburg trekt de wind aan. Meer wind dan
voorspelt. Even schrik ik. Met meer dan windkracht vier uit Westelijke richting
is het Slijkgat, de geul vanaf zee naar Stellendam, slecht te doen. Dan maar de
Oosterschelde op en deels binnen door? Het marifoon weerbericht van post
Ouddorp stelt me gerust. “Wind West vier tot vijf, in de middag afnemend
naar windkracht drie, krimpend naar Zuidwest.”

Doorgaan dus. Er schiet me een spreuk te binnen die ik ooit
van de havenmeester op Terschelling hoorde. “Krimpende wind en uitgaande
vrouwen zijn niet te vertrouwen.” Ik vertrouw er maar op dat de spreuk
vandaag niet klopt.

Ik prijs de stuurautomaat, zodat ik af en toe even de kajuit
in kan. Uit de wind en opwarmen. De pakjes soep, waarvan Truut, ondanks mijn
protest, vond dat ik ze mee moest nemen, komen goed van pas. De vuurtoren op de
kop van Goeree bij Ouddorp is in zicht. Hoewel het al jaren terug gebeurd is,
kan ik de vuurtoren nog steeds niet zien, zonder dat de herinnering boven komt.

Ruim dertig jaar geleden op een zomerse namiddag. Als
student werkte ik die zomer als taxichauffeur voor oom Bert. Ik moest een vrouw
ophalen in een bungalowpark dicht bij de vuurtoren. Ze stond al boos kijkend
met een grote koffer bij de ingang te wachten. Een kleine mollige vrouw. Dat ze
knap was zag ik pas later, bij de eerste indruk viel alleen haar boosheid op.
Nee, ze wilde niet naar het dorp of naar Rotterdam. Ze wilde naar Neuss in Duitsland.
Ze wilde naar huis en zoals ze er aan toevoegde, “weg van het varken.”
Echtelijke ruzie begreep ik. Ik reed haar eerst naar de dichtstbijzijnde
telefooncel om oom Bert te bellen. Die was akkoord met de lange rit.

Het eerste deel van de reis keek ze alleen maar boos en ‘ze
wilde geen gesprek.’ Gevolgd door ‘keine Anschluss’. Alsof ik dat in gedachten
had, ze liep volgens mij al tegen de veertig. Later, we waren Arnhem al
voorbij, hoorde ik haar zachtjes snikken. Ik keek in de spiegel, zag haar huilen
en wist me met de situatie geen raad. Troosten maar hoe? Ik bood aan om bij een
Raststätte te stoppen en iets te drinken te halen.

“Nee doorrijden.”

Het had kennelijk wel het ijs gebroken of ze wilde gewoon
praten, want ze droogde haar tranen en begon te vertellen. Over haar huwelijk
en over Ludwig het varken. Af en toe in de spiegel kijkend, probeerde ik haar
verhaal te volgen. Ik zag, toen ze niet meer zo kwaad keek, dat ze best een
aantrekkelijk gezicht had. Ik hmmde zo af en toe maar een reactie, zonder te
begrijpen wat nu het probleem met Ludwig was, behalve dat hij oud en gemeen
was. Of het kwam, omdat we de Duitse grens gepasseerd waren weet ik niet, maar
ze klaarde steeds meer op. Ze begon lachend een verhaal te vertellen over een
vriendin die gescheiden was, “misschien moet ik dat voorbeeld maar volgen?”

Waar ik tot dan toe steeds u en mevrouw had gezegd stond ze
er op dat ik haar Ute ging noemen. Vanaf de afslag Neuss wees ze de weg naar
een villawijk. Oude, gemene Ludwig bleek in goede doen. Ik hielp haar door de
koffer naar binnen te sjouwen, waarop zij er op stond om koffie te maken. “Om
je wakker te houden op de terugreis.”

Gezeten op een kruk aan een eetbar keek ik toe hoe ze koffie
zette en voor zichzelf een groot glas met iets alcoholisch inschonk. Ze zette
de koffie voor me neer en liep om de bar heen naar me toe. Met mij op de kruk
en zij staand waren onze hoofden bijna op gelijke hoogte. Ze boog haar hoofd
naar me toe en kuste me vluchtig op mijn lippen.

“Dank je wel, dat je zo aardig voor me bent.”

Verrast keek ik haar aan.

“Beviel je dat? Ja he?”

En weer kuste ze me en langer die keer. Zo lang, dat ik
reageerde en mijn lippen opende en het een echte tongzoen werd. Al kussend trok
ze me van de kruk. Ik moest flink voorover buigen om mijn mond op de hare te
houden. Ik voelde haar borsten tegen me aan. Ze zag me omlaag kijken en drukte
wat harder tegen me aan. Een overdaad aan weelderig vlees. Al mijn vriendinnen,
tot dan, hadden geen grote borsten. Ik twijfelde nog een beetje, getrouwd en
veel ouder. Of ze mijn twijfel in mijn ogen zag of voelde, ik weet het niet.
Wat ik wel weet, is dat ik door haar volgende actie verloren was.

“Pak ze maar vast,” zei ze. Daar stond ik in een Duitse
keuken, met mijn handen op de borsten van een mollige dame. Borsten, te groot
voor mijn handen. Ik kneedde ze door de stof van haar zomerjurk en bh heen. Ik
wilde meer en begon haar zomerjurk omhoog te sjorren.

“Voorzichtig,” zei ze, het overnemend om de jurk over haar
hoofd heen uit te trekken. Haar ondergoed bestond uit een blauw geruite
bikinislip en bh. Ze haakte de bh los. Grote borsten met kleine roze tepels. Ze
tilde haar borsten op en bood ze aan om gekust te worden. Dat deed ik, maar
daarna wilde ik die grote blote borsten in mijn handen voelen. Weelderig en
zacht. Ik stak mijn handen uit naar haar slipje, maar ze stapte opzij.

Ze wilde mijn ‘Schwanz’ zien, zei ze.

Verbaasd keek ik haar aan, dat woord had ik op school niet
geleerd.

“Deiner Penis.”

Ja, zo verlegen was ik nu ook weer niet. Ik stroopte mijn
broek en onderbroek samen omlaag. Ze vond het een “schoner Schwanz.” Hoewel ik
geen verstand van pikken had, was ik het daar wel mee eens. In de verwachting
dat er geneukt zou worden schopte ik mijn schoenen uit en kleedde me verder
uit. Opnieuw tastte ik naar haar slip en weer weerde ze me af. Er ging niet
geneukt worden legde ze uit, maar ze ging me wel verwennen en ik mocht haar
strelen. Ik werd argwanend, straks trekt ze me af en dan zegt ze dat daarmee de
taxirit betaald is. Nou, mooi niet. Zo veel verdien ik in een week niet.
Weggaan?

Tussen denken en doen is een groot verschil en zeker als je
eenentwintig ben en met een erectie voor een bijna naakte vrouw staat. Ik liet
het gebeuren. Ze begon mijn pik te strelen en wilde dat ik haar borsten kuste.
Mijn hand op haar slipje in haar kruis werd toegestaan. Gek mens, dacht ik, het
kruis van haar slipje was nat. Ze had er dus zin in. Terwijl ik al bijna kwam
stopte ik toch een hand in haar broekje. Ze protesteerde niet. Ook niet toen ik
haar vingerde. Ze hijgde en kronkelde op mijn vingers. Ik had wel door willen gaan,
maar ze bleef maar zachtjes trekken. Ik hield het niet meer en spoot deels op
haar hand en een flinke klodder landde op haar bovenbeen. Ik was klaar en wilde
ophouden met vingeren. Ze voelde dat ik wilde stoppen en legde haar hand op de
mijne en vroeg me om door te gaan. Dat deed ik en ze trok zelf haar slipje
omlaag om me meer ruimte te geven. Een echte blondine zag ik. Op een tepel
sabbelend vingerde ik haar klaar.

Dat was het dan, dacht ik en ik vroeg me af hoe je afscheid
neemt van een vrouw waar je net mee heb staan vozen. Een vrouw met je sperma
nog op haar hand en die je nooit meer terugziet. Ute had andere gedachten. Ze
keek naar het spermaspoor op haar bovenbeen en nodigde me uit om mee te gaan
douchen. Ik liep achter haar aan en bewonderde haar billen met kuiltjes. Toen
was ik al een billenman. Van achteren met haar vrijen, dacht ik, dat zou
geweldig zijn. Een grote luxe badkamer. Het hokje dat wij thuis hadden paste er
wel zes keer in. Ze wilde de lieve jongen inzepen en dat mocht ik ook bij haar
doen. Ik vond het geweldig, ik herinner me nog de sopgeluiden bij het inzepen
van haar borsten en kont. Ook het elkaar afdrogen staat nog steeds helder op
mijn netvlies, vooral door de aandacht die ze aan mijn al lang weer stijve pik
schonk.

Ze nam me mee naar de slaapkamer om zoals zij het noemde
verder te “kuschelen.”

Het echtelijk bed van Ute en Ludwig bleek een lits-jumeaux.
Ik vroeg me nog af op wiens helft we lagen.

Ze legde me haar spelregels uit. Ik mocht haar weer strelen
en vingeren en met mijn pik tegen haar borsten en haar “Muschi” aankomen,
maar ik mocht er niet in. “Omdat ze getrouwd was.” Nooit van een Muschi
gehoord, maar ik snapte het. Geschifte bedoeling, verder vrijen zonder te
neuken! Maar ik was geil en nieuwsgierig waar het toe zou leiden. Zou ze me
willen pijpen? Ik hoopte het, maar haar beffen, dat nooit. Op die leeftijd vond
ik het maar niets om een vrouw met mijn tong te bevredigen.

Het werd strelen en vingeren, ieder op zijn zij met de
gezichten naar elkaar toe. Tot ze mijn pik vastpakte en met mijn eikel over
haar spleetje begon te wrijven.

“Niet drukken,” zei ze. Prima dacht ik, als ik maar klaar
kom. Het beviel haar goed want haar mond hing half open en ze begon zachtjes te
kreunen. Het beviel zo goed dat ze op haar rug ging liggen en mij vroeg om
tussen haar benen te knielen. Ze spreidde haar benen en ze pakte mijn pik
stevig vast. Ze gebruikte mijn pik om met mijn eikel haar kittelaar te strelen.
Later als ik dit bij andere vrouwen deed, om zelf niet te snel te komen, dan
noemde ik het in gedachten ‘standje Ute.’

Zo streelde ze zichzelf met het puntje van mijn eikel naar
een hoogtepunt en net toen ik dacht, en ik dan? Zei ze iets gedeeltelijk
onverstaanbaar over “Scheiss Egoist
Ludwig”, gevolgd door “duw maar door.” Dat deed ik, voor ze zich kon bedenken.
Ik ramde door en het enige wat ze naast gezucht en gesteun nog uitte was, “niet
in me spuiten.” Ze kwam klaar en ik, ik trok me netjes terug voor een ontlading
op haar mollige buikje.

Kort daarop werd ik de deur uitgewerkt. Terwijl ik me
aankleedde trok ze een badjas aan. Ik begon me al aankledend weer zorgen te
maken over de betaling. Zou ik er om moeten vragen?

Ze loste het perfect op door haar portemonnee te pakken. Ze
betaalde me met… vijftig gulden fooi. Ik keek haar verbijsterd aan.

“Omdat je zo’n lieve jongen bent.”

En ik, zak die ik toen was, nam de fooi aan en daar schaam
ik me nog steeds voor. Een paar weken later die zomer leerde ik Truut kennen.
Door een taxirit vanaf de disco naar een camping. Truut is drie jaar ouder dan
ik. Komt het door Ute dat ik voor ervaring en mollig koos? Oom Bert vond dat ik
lang over de rit gedaan had en zat te vissen. Hij vermoedde denk ik wat. Niet
dat het hem veel uitgemaakt had. Oom Bert was zo’n beetje het zwarte schaap in
de familie. Hij was gescheiden en waar de hele familie trouw ter kerke ging,
liet oom Bert er maar af en toe zijn gezicht zien. “Goed voor de klandizie op
het eiland,” noemde hij het.

Al mijmerend over vroegere vriendinnen en scharrels ben ik
al zo ver gevorderd dat ik de betonning kan volgen het Slijkgat in. De zeilen
bijstellen en opletten. Buiten de geul is het hier ondiep en het is eb aan het
worden. Er staat gelukkig wind genoeg om tegen de ebstroom in te komen. Twee
zeehonden kopjes vlak voor de boot. Een grote en een kleinere, moeder met jong.
Ze duiken weg. Een oud puberaal grapje schiet me te binnen.

“Wat is het geilste dier? Een zeehond. Die naait tegen de
klippen op.”

Klopt niet, weet ik. Zeehonden paren onderwater en na een
minuut raggen komt het mannetje uitgeput klaar. Aan naspel doen ze niet, zodra
het mannetje bijgekomen is, gaat hij op zoek naar een nieuwe prooi. Lijkt me
wel iets voor Patrick zo’n zeehondenbestaan.

Bij de sluis naar het Haringvliet heb ik geluk. De deur
staat open en de sluiswachter lijkt te wachten. Gelukkig start de motor dit
keer vlot en met de inmiddels vertrouwde rookwolk achter de boot race ik naar
de sluis.

Er liggen twee viskotters in de sluis. De Goederede 28,
Klazina Johanna en de Goederede 16, Deo Volente. Ik maak vast aan de wil van
god. Tijdens het schutten maak ik een praatje met de mannen aan dek en al
pratend krijg ik een idee. Het lukt, voor een paar euro ben ik drie scholletjes
rijker. Voor straks, of als het me lukt Dordrecht te halen, voor thuis.

Na de sluis, de zeilen omhoog en de motor uit. Vijf en een halve
knoop loopt de boot en ik sla aan het rekenen. Als de wind zo aanhoudt dan haal
ik de laatste opening van de Haringvlietbrug en kan ik vanavond in Dordrecht
zijn. Ter hoogte van het pontje naar het eiland Tiengemeten kakt de wind in.
Vier knopen loopt de boot nog maar en even later drie knopen. Ik meet nog eens
op de kaart en reken. Zo ga ik het niet redden, de motor moet aan. Moeizaam
komt het kreng op gang. Gelukkig hij loopt. Nu verder gewoon maar aan laten tot
in Dordrecht.

Ik ben Tiengemeten bijna voorbij als er in eens iets begint
te piepen. Nee toch!

Een rood lampje op het bedieningspaneel van de motor ‘high temperature’.
Ik vloek en kijk naar de uitlaat. Ik zie alleen maar rook en geen koelwater. Ik
zet de motor uit. De brugopening ga ik niet meer halen. Wat nu, voor anker gaan
en proberen de motor te repareren, of naar een haven? Iets verder ligt een haventje,
Hitsertse kade. Jaren terug ben ik er wel eens geweest. Ik besluit voor de
haven, dan kan ik altijd nog, als het mij niet lukt, Patrick bellen om een
monteur te regelen.

Gelukkig is de kade van het jachthaventje vrij, zo moet het
lukken zonder motor. Ik hang alle stootkussens uit en strijk de zeilen op de
fok na. Op de fok vaar ik tussen twee strekdammen de haven in. Fok wegrollen en
zachtjes glijdt de boot op het laatste beetje snelheid naar de kade. Landvast
om een bolder, schrap zetten en ik lig stil. Ik kan het nog. Op deze najaar
avond is de haven van god en iedereen verlaten.

Ik kies om de scholletjes nog maar niet te bakken en me
eerst aan de motor te wijden. Het koelwaterfilter blijkt schoon, is de pomp de
oorzaak? In het gereedschapskistje dat aan boord is, heb ik een reserve
waaiertje voor de pomp gezien, dus sleutelen maar. Ik vervloek de wijze waarop
de motor is ingebouwd. Grote boot en om de motor nergens ruimte. Verdomme nog
Amerikaanse boutmaten ook. De oorzaak van de koelwaterellende blijkt inderdaad
de pomp. Het rubberen waaiertje is totaal versleten. Een kwartier later draait
de motor weer en komt er een keurig straaltje koelwater uit de uitlaat. In een bui
van overmoed, vieze handen heb toch al, besluit ik de motor verder na te
kijken. Voordat ik me in een bergruimte kan wringen, om bij het brandstoffilter
te komen, zie ik een motorjacht de haven binnenvaren. Niemand aan dek en een
vrouw aan het roer. Ik stap de kade op om te helpen met afmeren.

Ze vaart keurig op de kade af en als de boot bijna stil ligt
gooit ze me een landvast toe. Ik leg de landvast om een bolder en rem de boot
af. Terwijl ik met de landvast in mijn hand wacht om het vrije eind terug te
geven, stuurt ze de boeg van de boot met de boegschroef naar de kade. Bonk,
klinkt het.

“Sukkel” roept ze.

Oh, zeker als dank voor het helpen. Zoek het maar uit, denk
ik en ik laat de landvast uit mijn handen op de kade vallen. Als ik terug aan
boord stap hoor ik haar ‘mijnheer’ roepen. Ik negeer haar.

Verder met mijn motorinspectie. Shit, het kijkglas van het
dieselfilter is voor een derde gevuld met water en de diesel oogt als smurrie.
Ik tap het filter af en omdat ik er niet goed bij kan zitten even later mijn
handen onder de dieselsmurrie. Vervuilde brandstof, zal dat de oorzaak zijn van
het slecht starten en het roken? Ik besluit het fijn filter op de motor ook te
inspecteren. Zelfde verhaal. Patrick maar bellen dat hij morgen een monteur
regelt met lege jerrycans voor de vervuilde brandstof en een jerrycan met
schone diesel. Plus, als Patrick voldoende herstelt is, een lift voor mij naar
huis.

Ik stink een uur in de wind naar dieselolie en besluit om te
gaan douchen en schone kleren aan te trekken. Het havengebouw zit op slot en de
buitendeur van het sanitair heeft een codeslot. Ik probeer tevergeefs wat
makkelijke cijfercombinaties.

Op de waterslang op de kade blijkt nog druk te staan. Dan
maar een koude douche op de kade. Het is inmiddels donker en er is, behalve de
vrouw op de boot achter me, niemand. Ik zie haar niet. Ik kleed me aan boord
uit en stap met een handdoek en shampoo de kade op. Nog steeds niemand te zien.
Kraan open, tering wat koud en douchen maar.

Terwijl ik de zeep uit mijn ogen spuit hoor ik achter me, “uhum.
De code van het slot is 8765.”

Verrast draai ik me om. Het is hare chagrijnigheid. Ze
bekijkt me van top tot teen en zegt dan. “Je kan denk ik nog wel een warme
douche gebruiken.”

Ik sluit de kraan af en met de handdoek omgeslagen loop ik
rillend naar het gebouw. Achter me hoor ik.

“Dank je wel he? Dat sukkel was overigens niet voor jou,
maar tegen me zelf.”

“Ja bedankt,” roep ik over mijn schouder.

De code werkt en net zo belangrijk, er is nog warm water.
Onder de weldadige warme straal denk ik na over de buurvrouw. Ongeveer mijn
leeftijd, schat ik. Rond koppie en half lang donkerblond haar met krullen. Op
het oog, nogal mager met weinig tiet.

Als ik tien minuten later aangekleed aan het bakken van mijn
scholletjes wil beginnen wordt er tegen de boot geklopt. He, wat nu?

Het blijkt de buurvrouw. Ze heeft koffie gezet en vraag of
ik een kop warme koffie wil. Ik moet nog eten en twijfel even. Aan de andere
kant. Ze heeft me geholpen met de code en ze kijkt nu vriendelijk. Koffie bij
haar aan boord. Met een neut.

We kletsen over boten. De boot blijkt van haar en een
vriendin te zijn. Ze is op weg naar de winterstalling in Hellevoetsluis. Janny
heet ze en ze biedt aan om nog eens in te schenken. De koffie smaakt goed, maar
ik herinner me mijn scholletjes.

“Dan bakken we ze toch samen,” stelt ze voor.

Dat samen, blijkt even later, dat zij bakt en ik kijk hoe
handig ze dat doet. Ze had al gegeten, maar zoals ze zegt, “een visje gaat er
altijd wel in.”

Op haar vraag of ik al gegeten heb, antwoord ik dat ik daar
nog niet aan toegekomen ben. Ze blijkt ook nog vers brood te hebben.

Terwijl ze bezig is bel ik Patrick over mijn reilen en
zeilen. Ik vertel wat er nodig is benadruk dat hij een monteur mee moet
meebrengen.

“Ja, ja,” zegt hij en hij belooft de volgende morgen te
komen. Ik ben benieuwd.

Even later zitten we tegenover elkaar, zij met een
scholletje en ik met de andere twee, uitgespreid over een paar boterhammen. Janny
heeft een kacheltje aan gedaan en het wordt behaaglijk warm in de kajuit. Ik
voel me met een volle maag, na de lange dag op het water, wat slaperig worden.
De twee neutjes werken sterker dan de cafeïne in de koffie. Hoewel gezellig,
denk ik aan opstappen en mijn kooi opzoeken.

“Warm he?” zegt ze. “Zal ik je nog eens inschenken.”

Ik aarzel.

“Wacht even, dan trek ik eerst mijn trui uit.”

Ik kijk toe, hoe ze haar trui over haar hoofd trekt. Onder
de trui heeft ze een strak rood thermo
shirtje aan. Helly Hansen staat er op. Maar dat is niet het meest in het oog
springende, dat zijn haar tepels die tegen de stof drukken. Geen bh, die heeft
ze zo te zien niet nodig. Nauwelijks tieten maar wel grote tepels. Ik kijk en
denk, hoe zal dat er zonder dat hemdje uitzien. Kennelijk staar ik te
opvallend, want ze zegt.

“Klein maar fijn.”

Ik voel me betrapt en waar ik met het ouder worden steeds
minder last van heb gebeurt. Ik voel dat ik bloos en mompel “sorry.”

Ze begint te lachen en op mijn linkerhand wijzend zegt ze, “je
bent getrouwd he?” Zonder een antwoord af te wachten vraagt ze, “zullen we
vrijen?”

We kussen en ze smaakt naar vis. Ze kust lekker en met veel
meer tonginitiatief dan Truut. Al kussend trek ik haar shirtje omhoog, ik wil
die kleine borsten zien en vasthouden. Het shirtje zit strak, ze verbreekt de
kus en trekt het zelf verder uit. Ze is nog gebruind van de zomer en haar
borsten zijn kleine witte kegels, gekroond met roze tepels. Niet van die kleine
waarbij je met je lippen nauwelijks houvast krijgt, nee echte spenen. Ik, de
man die vanaf zijn pubertijd op grote borsten is gevallen, vind haar kleine
borsten ontzettend geil. Ik buk me om haar tepels een voor een te verwennen en
om te voelen hoe ze verharden tussen mijn lippen. Al sabbelend komt het idee op
om een heel tietje in mijn mond te nemen. Als ik haar daarna aankijk glimlacht
ze naar me.

“Lekker?” Vraagt ze.

“Je hebt gelijk, klein en fijn.”

Ik bekijk ze nog eens. Ondanks haar leeftijd heeft de
zwaartekracht er nog maar nauwelijks grip op. Nu valt me ook op dat, ondanks
dat ze mager is, ze toch een gewelfd vrouwelijk buikje heeft. Ze vraagt of ik haar
uit wil kleden, en of ik dat wil. Ik doe het op mijn gemak. Eerst kus ik haar
nog, dan maak ik haar broek los. Ik laat me op mijn knieën zakken om haar broek
verder uit te trekken. Ha, ze draagt een boxershort en nog een kleurrijke ook.
Ze helpt me door een voor een haar voeten op te tillen. Nu het broekje, voordat
ik het uittrek pak ik haar bij haar billen. Een lekker stevig kontje en ik duw
mijn neus in haar kruis. Ik hoor haar zachtjes lachen en ze legt haar handen op
mijn hoofd om mijn neus op zijn plek te houden. Ik ruik haar. Ze trekt me
overeind.

“Nu ik”, zegt ze.

Ze helpt me uit mijn trui en uit mijn T-shirt en dan gaat ze
met haar neus door mijn borsthaar.

“Lekker,” zegt ze om vervolgens mijn broek los te maken. Ze
gaat op haar hurken zitten om mijn broek uit te stropen. In plaats van verder
te gaan met mijn onderbroek, aait ze met een vingertopje over het puntje van
mijn eikel dat boven de rand van mijn slip uitsteekt.

“Ik zie een nieuwsgierig ventje.”

Vooruit denk ik, mijn bekken naar voren duwend, haal hem er
uit en pak hem vast. In plaats daarvan draait ze haar hoofd en bijt ze door de
stof van mijn slip heen zachtjes in mijn pik.

“Au,” zeg ik, niet naar waarheid.

Ze laat los en trekt mijn slip omlaag. “Dat ziet er
levendiger uit dan hiervoor op de kade,” zegt ze plagend.

Ze houdt hem even vast en houd hem voor haar gezicht. ‘Zal
ze …’ denk ik.

Nee, ze komt overeind en trekt haar boxer uit. Nieuwsgierig
kijk ik toe. Ze is niet geschoren en maar licht behaard. “Genoeg gespeeld, zegt
ze. “Je moet wel een condoom om.” Ze raapt haar broek op en haalt een condoom
uit een van haar broekzakken. Oh, denk ik, slimme meid, goed voorbereid. Ze
pakt me bij mijn stijve en leidt me zo naar een bed in het voorschip. Ze gaat
zitten en scheurt met haar tanden de verpakking open en rolt het condoom over
mijn pik.

“Ga jij maar liggen.”

“Amazone, zal ik haar waarschuwen dat ik dan meestal heel
snel kom? Ik besluit te genieten en af te wachten. Voor ik ga liggen veeg ik
met mijn wijsvinger nog even over poes. Ze is nat, meer voorspel is kennelijk
niet nodig. Ik vlij me op het bed en ze komt op mijn bovenbenen zitten. Ze wipt
omhoog, schuift wat naar voren en met haar hand stuurt ze hem zo naar binnen.
Ik kijk met opgetild hoofd toe. Ze is niet van het halve werk, eerst alleen de
eikel en dan langzaam verder. Het is direct, “bulls eye”. Ze laat
zich direct helemaal over mijn pik heen zakken. Ze zoekt oogcontact en zegt, “lekker
he.”

Ik knik en denk, kom op, nu bewegen.

Ze berijdt me als een volbloed amazone. Er zit spierkracht
in haar magere benen. Ze zucht, ze kreunt en ik sta op springen. Ik ben gestopt
om naar haar te kijken, veel te geil. Om me af te leiden denk ik aan het gesleutel
aan de motor. Dat helpt lang gelukkig. Ik hou het vol tot ze zich op me laat
zakken.

“Jouw beurt en een paar goede harde stoten.”

Even kom ik de verleiding om haar met mijn handen onder haar
billen op te tillen en zo op en neer over mijn pik te schuiven. Zo zwaar is ze
niet, maar ik doe het niet in de wetenschap dat ik dan direct ga komen. Ik help
haar om te gaan liggen en kniel tussen haar benen voor de gevraagde stoten.
Goed en hard zijn ze, zo goed dat ze kermt, maar ze komt nog niet. Ik hou het
niet meer, ik stop met stoten en ga over tot standje Ute. Met mijn eikel streel
ik haar kittelaar. Eerst kijkt ze verbaasd en dan kreunt ze gevolgd door een
gesmoorde gil.

“Ja, ja, ja… ha… ah… ja… nu er weer in.”

Dat doe ik maar al te graag, maar eerst til ik haar benen op
en leg die op mijn schouders. Hard wilde ze, dat krijgt ze en diep er bij. Haar
orgasme houdt aan en ik stop diep in haar en laat me door het samentrekken van
haar schede leeg melken.

We liggen gezellig naast elkaar te keuvelen. Ze vertelt dat
ze ooit getrouwd is geweest en daarna lang een relatie heeft gehad met een
vriendin. De vriendin waarmee ze de boot deelt, begrijp ik uit haar verhaal.

“Nu we geen geliefden meer zijn, zijn we betere vrienden.”

Ze wilt geen relaties meer en met een lachje, “getrouwde
mannen, zoals jij zijn veilig. Gewoon lekkere seks en geen verplichtingen,
zoals dit.” De laatste twee woorden zegt ze met nadruk. Ik mag blijven slapen,
of zoals zij het uitdrukt, “dan kan ik zien wanneer je weer puf hebt.”

Ik word wakker door een vreemd gevoel in mijn kruis. Het
duurt even voordat tot me doordringt waar ik ben. Het is een hand die met mijn
pik speelt. Janny, haar naam komt boven na even nadenken. Ik moet in slaap
gevallen zijn.

“Oh, je bent nu helemaal wakker,” klinkt het. Dat klopt en
nog letterlijk ook. Mijn pik is hard en dik en ik voel het kloppen van mijn
bloed. Ik reik naar haar, maar ze rolt opzij en stapt uit de kooi.

“Wacht even, eerst een condoom.” Ik hoor haar rommelen in het
donker en even later is ze terug en rolt ze een condoom om mijn pik. “Kom maar,”
zegt ze en ze gaat wijdbeens liggen.

Geen voorspel, of heeft ze dat in haar eentje al gehad
terwijl ik sliep. Ze is kleddernat en in het donker vindt mijn pik zonder
begeleiding zijn weg. We neuken heel rustig en ze vraagt me om haar borsten
weer te verwennen.

“Net zo, als gisteravond.” Bedoelt ze het tepel sabbelen of
toen ik zo’n kleine borst in zijn geheel in mijn mond nam. Zachtjes doorstotend
hap ik weer een hele borst op. Geen protest, wel een tevreden klinkende “hm… mm”,
dus het is goed zo. Dankzij de eerdere lozing kan ik het nu langer volhouden.
Ik geniet en dat doet Janny hoorbaar ook. Ze vraagt om nog wat harde stoten.
Prima, die krijgt ze. Ze kermt en drukt haar bekken omhoog. Ik blijf stoten en
ze blijft komen. Pas als ze vraagt om te stoppen hou ik me in.

“Als ik van achteren mag,” zeg ik me terugtrekkend en haar
ruimte gevend. Ze geeft geen antwoord maar draait zich op haar zij, met haar
billen naar me toe. Ik ga ook op mijn zij liggen. Ze tilt een been op, ik druk
en glibber zo weer terug in haar. Nu ga ik voor mijn eigen plezier. Heerlijk zo
van achteren. Janny heeft haar benen wat opgetrokken en laat horen dat ik niet
alleen aan mijn eigen plezier werk. Bij iedere stoot voel ik haar kont tegen
mijn onderbuik en mijn kloten slingeren tegen haar aan. Met mijn arm over haar
heen hou ik een borst vast. Ik hou het niet meer en kreunend spuit ik. Janny
gilt zachtjes en drukt haar billen naar achteren om me diep in haar te houden.

Als ik weer wakker wordt is het door gerommel in de kajuit
en ik ruik koffie en broodjes. Ze heeft afbakbroodjes in een oventje gedaan.
Gelukkig, want ik heb alleen nog maar oud brood aan boord. Hoe gedraag je je
aan de ontbijttafel bij een vrouw die je nog geen twaalf uur kent en waarmee je
heerlijk gevreeën heb? Ik heb er geen ervaring mee en voel me wat verlegen met
de situatie. Janny lijkt minder verlegen en opent heel ongedwongen een gesprek.
Het is ook Janny die over onze seks begint. “Evaluatiegesprek,” noemt ze het
met een glimlach. Gevolgd door, “jij eerst.”

“Een negen,” zeg ik welgemeend.

Ze lacht, “zeg je dat omdat je het meent of uit beleefdheid?”

Voordat ik kan antwoorden, worden we gestoord door een busje
dat met getoeter het parkeerterrein bij de kade oprijdt. Verrast kijken we op. Patrick
en hij is nog vroeg ook. Met een mok koffie in mijn hand loop ik naar buiten.
Ik zie geen toegezegde monteur. Wel zie ik dat de man, die nog geen week
geleden, “niet op of neer” kon, soepel beweegt.

“Ha, lekker koffie,” zegt Patrick.

“Laten we maar beginnen,” zeg ik. “Des te eerder ben ik
thuis Zijn beteuterde blik doet me goed.

Behalve de monteur, heeft hij mijn boodschappenlijstje
uitgevoerd. We halen de volle en de lege jerrycans uit de auto, plus het
meegebrachte gereedschap en een pompje. Janny is ook van boord gestapt en komt
nieuwsgierig kijken. Ik zie hoe Patrick opfleurt met vrouwelijke aandacht.

“Ik ga vertrekken,” zegt ze.

“Ik help je wel even met de landvasten,” zeg ik, voordat
Patrick kan reageren.

Hulp die overigens nergens voor nodig is, op zo’n rustige
windstille morgen. Het geeft me de gelegenheid om zonder nieuwgierige oren
gedag te zeggen.

Geen kus, wel een hand en “tot ziens op het water.” Voor ze
aan boord stapt zegt Janny heel zachtjes, “oh ja, de evaluatie. De vis werd
goed betaald,” He? Denk ik.

Ze is al aan boord. Ze start de motor. Ik haal haar
landvasten van de bolders en leg ze in het gangboord. Ze zwaait en weg vaart
ze. Ik kijk haar na en denk na over haar opmerking. Patrick, die gestopt is met
sjouwen en naar me toe loopt, stoort me in mijn overpeinzing.

“Leuk vrouwtje! Hebben jullie geketst?”

“Neen, natuurlijk niet lullo, ik ben getrouwd.”

“Hm… mm,”

De drab uit de tank en de leidingen, verse diesel in de
tank. Wat een tering-werk. Ik ben chagrijnig en reageer het op Patrick af. Hij
komt, om me op te vrolijken, met een typisch Patrick verhaal.

“Weet je hoe ik het hier noem?” Hij wacht mijn reactie niet
af. “Hitsige kade!”

Leuk, denk ik, zonder te antwoorden.

“De Hitsertse kade… Hitsige kade,” verduidelijkt Patrick.

“Oh,” zeg ik.

“Die naam heb ik verzonnen nadat ik hier een keer met een
vrouwtje was. Heb ik je wel eens verteld over Anja?”

“Nee, maar geef me sleutel dertien eens aan.”

Twee uur later loopt de motor weer. Niet als een zonnetje,
maar toch. In ieder geval heb ik voldoende vertrouwen in het kreng om me tussen
de drukte van de beroepsvaart op het Hollands Diep en de Dordtse Kil te wagen.
Patrick zijn aanbod, dat hij het laatste stukje gaat varen en ik met de auto
naar Dordrecht rij, sla ik af. Ik wil nog even rustig nadenken over de
afgelopen nacht.

Onderweg valt het kwartje. “De vis werd goed
betaald.”

Ja natuurlijk, een verbasterde versie van de gevleugelde
uitspraak, “de vis wordt duur betaald.” uit het toneelstuk ‘Op hoop
van zegen’.

Viel de evaluatie positief uit of bedoelde ze dat de vis
lekker was?

Tinus
Boot

Graag jouw waardering als reactie onder dit verhaal?